Wat maakt een plein mooi?

Voor mijn werk maak ik schetsontwerpen van woonprojecten. Bij de invulling van een gebied wordt meer en meer aandacht besteed aan de openbare ruimte. Nu we dichter bij elkaar wonen, wordt deze buitenruimte als een verlengde van je eigen privé gezien. De sfeer van de woonwijk wordt grotendeels bepaald door de inrichting van het publieke deel.

Maar wat maakt nu dat je een buurt gezellig vindt? Welke ingrediënten heb je daarvoor nodig? Die vraag hield me jaren bezig. Ik vond het moeilijk om uit te leggen waarom de ruimte op een bepaalde manier werd ingedeeld. Een ander antwoord dan "het voelt op die manier goed", had ik niet. Tot ik een jaaropleiding Feng Shui volgde bij An Sterken.

In deze cursus leerden we onder andere de invloed kennen op ons welbevinden van vormen, kleuren, materialen en de inplanting van gebouwen  in de omgeving. In de klassieke Feng Shui wordt gesteld dat 70% van ons welbevinden in huis bepaald wordt door factoren die buiten onze woning liggen. Dat kan dus tellen.

Alles draait om evenwicht.

Een vierkant plein biedt meer mogelijkheden om er iets gezellig van te maken dan een lang, smal plein. Ook de verhouding tussen de grootte van het plein tot de hoogte van de bebouwing errond, bepaald of het evenwicht klopt.

Als één kant niet bebouwd is, plaats je de zitbanken beter aan de andere zijden met het zicht naar de open plek. Zo zorg je voor een bepaalde geborgenheid en gevoel van veiligheid.

De invloed van kleuren en materialen kan ik het best uitleggen door een hypothetisch voorbeeld. Wat zou het geven als je u in een kamer bevindt, waar alles grijs is en uit metaal bestaat? Welke kleuren en hoeveel verschillende materialen zou je toevoegen om het gezellig te maken? Met alleen blauw of water zou het ongetwijfeld kil blijven.

Bovenstaande voelt iedereen wel aan, maar kan je volgens mij niet in kant en klare formules gieten om tot een geslaagd resultaat te komen. Het schema bovenaan het artikel, biedt voor mij wel een houvast. Je vindt er de diverse elementen met de bijhorende kleuren en vormen in terug. De relatie tot elkaar wordt weergegeven in een voedende, een verzwakkende en een destructieve cyclus.

Balans creëer je als de positieve cyclus van nature aanwezig is. Is een element teveel aanwezig, dan kan je de verzwakkende cyclus gebruiken om balans te bekomen. Dat kan je ook bereiken met de destructieve cyclus, doch voorzichtigheid is hier geboden.

Je kan het ook gebruiken om bestaande situaties te verbeteren. Daar is het misschien moeilijker om aan de bestaande vorm van het plein iets te veranderen, maar door het toevoegen van de juiste kleuren en materialen, kom je al een heel eind verder. Hieronder alvast een link van een praktijkvoorbeeld.

Ken jij pleinen of straten die een metamorfose ondergingen en een praktijkvoorbeeld zijn van deze theorie ? Je zou me een dienst bewijzen om deze te melden, want beelden zeggen altijd meer dan woorden. Hieronder vind je een link naar een databank van publieke ruimte die getransformeerd werden. Sommige transformaties zijn eerder functioneel dan gezellig. Beoordeel zelf.

Zakelijk